encantarVervoeging
encantar betekent geweldig vinden (iets/iets doen).
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Het imperfectum subjunctief van encantar gebruikt de preteritum stam: encantara, encantaras, encantara, encantáramos, encantarais, encantaran.
Present Subjunctive
Het presens subjunctief van encantar wisselt -ar uitgangen voor -er uitgangen: encante, encantes, encante, encantemos, encantéis, encanten.
Imperative
Negative Imperative
Het negatieve imperatief van encantar gebruikt de presens subjunctief: no encantes, no encante, no encantemos, no encantéis, no encanten.
Imperative
Het imperatief van encantar wordt gebruikt om te bevelen of te betoveren: encanta, encante, encantemos, encantad, encanten.
Indicative
Imperfect
Het imperfectum van encantar is regelmatig: encantaba, encantabas, encantaba, encantábamos, encantabais, encantaban.
Present
Het presens van encantar is regelmatig: encanto, encantas, encanta, encantamos, encantáis, encantan.
Preterite
Het preteritum van encantar is regelmatig: encanté, encantaste, encantó, encantamos, encantasteis, encantaron.
Conditional
Het conditioneel van encantar is regelmatig: encantaría, encantarías, encantaría, encantaríamos, encantaríais, encantarían.
Future
Het futurum van encantar gebruikt het infinitief plus uitgangen: encantaré, encantarás, encantará, encantaremos, encantaréis, encantarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng encantar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'encantar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent encantar in het Spaans?
encantar betekent "geweldig vinden (iets/iets doen)".
Is encantar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
encantar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je encantar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van encantar is: yo encanto, tú encantas, él/ella/usted encanta, nosotros encantamos, vosotros encantáis, ellos/ellas/ustedes encantan.
Hoe vervoeg je encantar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van encantar is: yo encanté, tú encantaste, él/ella/usted encantó, nosotros encantamos, vosotros encantasteis, ellos/ellas/ustedes encantaron.
