encararVervoeging
encarar means onder ogen zien.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de conjunctief van 'encarar' (encarara, encaras, etc.) drukt hypothetische of in het verleden onzekere acties uit.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van 'encarar' is regelmatig: encare, encares, encaremos, encaren, encaréis.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van 'encarar' gebruikt de tegenwoordige tijd van de conjunctief: no encares, no encare, no encaremos, no encaren, no encaréis.
Imperative
Het gebiedende wijs van 'encarar' is regelmatig: encara, encare, encaremos, encarar, encaren.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'encarar' is regelmatig: encararía, encararías, encararía, encararíamos, encararíais, encararían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'encarar' is regelmatig: encaré, encaraste, encaró, encaramos, encarasteis, encararon.
Imperfect
De verleden tijd (imperfect) van 'encarar' is regelmatig: encaraba, encarabas, encaraba, encarábamos, encarabais, encaraban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'encarar' is regelmatig: encaro, encaras, encara, encaramos, encaráis, encaran.
Future
De toekomstige tijd van 'encarar' is regelmatig: encararé, encararás, encarará, encararemos, encararéis, encararán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng encarar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'encarar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent encarar in het Spaans?
encarar betekent "onder ogen zien".
Is encarar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
encarar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je encarar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van encarar is: yo encaro, tú encaras, él/ella/usted encara, nosotros encaramos, vosotros encaráis, ellos/ellas/ustedes encaran.
Hoe vervoeg je encarar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van encarar is: yo encaré, tú encaraste, él/ella/usted encaró, nosotros encaramos, vosotros encarasteis, ellos/ellas/ustedes encararon.
