encenderVervoeging
encender betekent aanzetten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Encender heeft een e>ie stamklinkerwijziging in alle vormen behalve nosotros en vosotros: enciendo, enciendes, enciende...
Future
De toekomende tijd van encender is regelmatig: encenderé, encenderás, encenderá, encenderemos, encenderéis, encenderán.
Imperfect
Encender is regelmatig in de imperfectum: encendía, encendías, encendía, encendíamos, encendíais, encendían.
Conditional
De conditioneel van encender is regelmatig: encendería, encenderías, encendería, encenderíamos, encenderíais, encenderían.
Preterite
Encender is regelmatig in de preteritus: encendí, encendiste, encendió, encendimos, encendisteis, encendieron.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief gebruikt de conjunctief tegenwoordige tijd: no enciendas, no encienda, no encendamos...
Imperative
Gebruik enciende (tú), encienda (usted), of encended (vosotros) om iemand te vertellen iets aan te zetten.
Subjunctive
Present Subjunctive
De conjunctief tegenwoordige tijd volgt de e>ie stamklinkerwijziging: encienda, enciendas, encienda, encendamos, encendáis, enciendan.
Imperfect Subjunctive
De conjunctief imperfectum van encender is: encendiera, encendieras, encendiera, encendiéramos, encendierais, encendieran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng encender van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'encender' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent encender in het Spaans?
encender betekent "aanzetten".
Is encender een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
encender is een irregular (e>ie stem change) -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je encender in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van encender is: yo enciendo, tú enciendes, él/ella/usted enciende, nosotros encendemos, vosotros encendéis, ellos/ellas/ustedes encienden.
Hoe vervoeg je encender in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van encender is: yo encendí, tú encendiste, él/ella/usted encendió, nosotros encendimos, vosotros encendisteis, ellos/ellas/ustedes encendieron.
