encogerVervoeging
encoger means krimpen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van encoger is regelmatig: encogiera, encogieras, encogiera, encogiéramos, encogierais, encogieran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs gebruikt de 'j'-spellingwijziging in alle vormen: encoja, encojas, encoja, encojamos, encojáis, encojan.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs gebruikt altijd de 'j'-spellingwijziging: no encojas, no encoja, no encojamos, no encojáis, no encojan.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt 'encoge' (tú) en 'encoged' (vosotros), maar schakelt over op 'j' voor formele bevelen: encoja, encojan.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van encoger is regelmatig: encogería, encogerías, encogería, encogeríamos, encogeríais, encogerían.
Preterite
De verleden tijd van encoger is regelmatig: encogí, encogiste, encogió, encogimos, encogisteis, encogieron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van encoger is regelmatig: encogía, encogías, encogía, encogíamos, encogíais, encogían.
Present
Encoger heeft een spellingwijziging in de 'yo'-vorm (encojo), maar is verder een regulier -er werkwoord.
Future
De toekomende tijd van encoger is regelmatig: encogeré, encogerás, encogerá, encogeremos, encogeréis, encogerán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng encoger van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'encoger' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent encoger in het Spaans?
encoger betekent "krimpen".
Is encoger een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
encoger is een spelling change -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je encoger in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van encoger is: yo encojo, tú encoges, él/ella/usted encoge, nosotros encogemos, vosotros encogéis, ellos/ellas/ustedes encogen.
Hoe vervoeg je encoger in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van encoger is: yo encogí, tú encogiste, él/ella/usted encogió, nosotros encogimos, vosotros encogisteis, ellos/ellas/ustedes encogieron.
