enorgullecerVervoeging
enorgullecer betekent trots maken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs wordt gevormd uit de stam van de preteritum: enorgulleciera, enorgullecieras.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs gebruikt de 'zc'-stam voor alle vormen: enorgullezca, enorgullecamos, etc.
Imperative
Negative Imperative
Alle negatieve bevelen voor enorgullecer gebruiken de vormen van de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs met 'no'.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt de 'zc'-stam voor formele bevelen (enorgullezca) en het hele werkwoord min 'r' voor informele (enorgullece).
Indicative
Conditional
De conditioneel is regelmatig: hele werkwoord + ía (enorgullecería).
Preterite
Enorgullecer is volledig regelmatig in de preteritum: enorgullecí, enorgulleció, etc.
Imperfect
Enorgullecer is regelmatig in de imperfectum: enorgullecía, enorgullecías, enorgullecía.
Present
Enorgullecer volgt het 'z-verandering'-patroon in de yo-vorm: yo enorgullezco.
Future
De toekomende tijd is regelmatig: voeg uitgangen toe aan het hele werkwoord (enorgullecer + é).
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng enorgullecer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'enorgullecer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent enorgullecer in het Spaans?
enorgullecer betekent "trots maken".
Is enorgullecer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
enorgullecer is een irregular (z-change) -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je enorgullecer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van enorgullecer is: yo enorgullezco, tú enorgulleces, él/ella/usted enorgullece, nosotros enorgullecemos, vosotros enorgullecéis, ellos/ellas/ustedes enorgullecen.
Hoe vervoeg je enorgullecer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van enorgullecer is: yo enorgullecí, tú enorgulleciste, él/ella/usted enorgulleció, nosotros enorgullecimos, vosotros enorgullecisteis, ellos/ellas/ustedes enorgullecieron.
