ensayarVervoeging
ensayar betekent repeteren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum aanvoegende wijs van 'ensayar' (ensayara/ensayase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of twijfels.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van 'ensayar' (ensaye, ensayes) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Ontkennende commando's voor 'ensayar' gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs: no ensayes, no ensaye, no ensayemos, no ensayéis, no ensayen.
Imperative
Het gebiedende wijs van 'ensayar' gebruikt reguliere -ar uitgangen, behalve voor 'tú', wat 'ensaya' is.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'ensayar' is regelmatig: ensayaría, ensayarías, ensayaría, ensayaríamos, ensayaríais, ensayarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'ensayar' is regelmatig: ensayé, ensayaste, ensayó, ensayamos, ensayasteis, ensayaron.
Imperfect
De imperfectum van 'ensayar' is regelmatig: ensayaba, ensayabas, ensayaba, ensayábamos, ensayabais, ensayaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'ensayar' is regelmatig: ensayo, ensayas, ensaya, ensayamos, ensayáis, ensayan.
Future
De toekomende tijd van 'ensayar' is regelmatig: ensayaré, ensayarás, ensayará, ensayaremos, ensayaréis, ensayarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng ensayar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'ensayar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent ensayar in het Spaans?
ensayar betekent "repeteren".
Is ensayar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
ensayar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je ensayar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van ensayar is: yo ensayo, tú ensayas, él/ella/usted ensaya, nosotros ensayamos, vosotros ensayáis, ellos/ellas/ustedes ensayan.
Hoe vervoeg je ensayar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van ensayar is: yo ensayé, tú ensayaste, él/ella/usted ensayó, nosotros ensayamos, vosotros ensayasteis, ellos/ellas/ustedes ensayaron.
