entristecerVervoeging
entristecer means verdrietig maken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de conjunctief gebruikt de stam 'entristecie-': entristeciera, entristecieras, entristeciera, entristeciéramos, entristecierais, entristecieran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief volgt de onregelmatigheid van de 'yo'-vorm: entristezca, entristezcas, entristezca, entristezcamos, entristezcáis, entristezcan.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve geboden gebruiken 'no' + tegenwoordige tijd conjunctief: no entristezcas, no entristezca, no entristezcamos, no entristezcáis, no entristezcan.
Imperative
Geboden voor entristecer gebruiken entristece (tú) en de 'zc'-vormen voor anderen.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van entristecer is regelmatig: entristecería, entristecerías, entristecería, entristeceríamos, entristeceríais, entristecerían.
Preterite
De verleden tijd van entristecer is regelmatig: entristecí, entristeciste, entristeció, entristecimos, entristecisteis, entristecieron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van entristecer is regelmatig: entristecía, entristecías, entristecía, entristecíamos, entristecíais, entristecían.
Present
In de tegenwoordige tijd is entristecer onregelmatig in de 'yo'-vorm: entristezco.
Future
De toekomende tijd van entristecer is regelmatig: entristeceré, entristecerás, entristecerá, entristeceremos, entristeceréis, entristecerán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng entristecer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'entristecer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent entristecer in het Spaans?
entristecer betekent "verdrietig maken".
Is entristecer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
entristecer is een irregular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je entristecer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van entristecer is: yo entristezco, tú entristeces, él/ella/usted entristece, nosotros entristecemos, vosotros entristecéis, ellos/ellas/ustedes entristecen.
Hoe vervoeg je entristecer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van entristecer is: yo entristecí, tú entristeciste, él/ella/usted entristeció, nosotros entristecimos, vosotros entristecisteis, ellos/ellas/ustedes entristecieron.
