enumerarVervoeging
enumerar means opsommen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van enumerar (enumerara/enumerase) drukt hypothetische situaties in het verleden, wensen of twijfels uit.
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van enumerar (enumere, enumeres, etc.) drukt wensen, twijfels, emoties en onpersoonlijke uitdrukkingen uit.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik de ontkennende gebiedende wijs van enumerar niet voor ontkennende bevelen: no enumeres, no enumere, no enumeremos, no enumeréis, no enumeren.
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs van enumerar voor directe bevelen: enumera, enumere, enumeremos, enumerad, enumeren.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van enumerar is regelmatig: enumeraría, enumerarías, enumeraría, enumeraríamos, enumeraríais, enumerarían.
Preterite
De preteritum van enumerar is regelmatig: enumeré, enumeraste, enumeró, enumeramos, enumerasteis, enumeraron.
Imperfect
De imperfectum van enumerar is regelmatig: enumeraba, enumerabas, enumeraba, enumerábamos, enumerabais, enumeraban.
Present
De tegenwoordige tijd van enumerar is regelmatig: enumero, enumeras, enumera, enumeramos, enumeráis, enumeran.
Future
De toekomende tijd van enumerar is regelmatig: enumeraré, enumerarás, enumerará, enumeraremos, enumeraréis, enumerarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng enumerar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'enumerar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent enumerar in het Spaans?
enumerar betekent "opsommen".
Is enumerar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
enumerar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je enumerar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van enumerar is: yo enumero, tú enumeras, él/ella/usted enumera, nosotros enumeramos, vosotros enumeráis, ellos/ellas/ustedes enumeran.
Hoe vervoeg je enumerar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van enumerar is: yo enumeré, tú enumeraste, él/ella/usted enumeró, nosotros enumeramos, vosotros enumerasteis, ellos/ellas/ustedes enumeraron.
