enviarVervoeging
enviar betekent verzenden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Enviar heeft een klemtoonverschuiving (í) in alle vormen behalve nosotros en vosotros: envío, envías, envía, enviamos, enviáis, envían.
Future
De toekomende tijd van enviar is regelmatig: enviaré, enviarás, enviará, enviaremos, enviaréis, enviarán.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van enviar is regelmatig: enviaba, enviabas, enviaba, enviábamos, enviabais, enviaban.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van enviar is regelmatig: enviaría, enviarías, enviaría, enviaríamos, enviaríais, enviarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van enviar is regelmatig: envié, enviaste, envió, enviamos, enviasteis, enviaron.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve geboden gebruiken de aanvoegende wijs tegenwoordige tijd: no envíes (tú), no envíe (usted), no enviéis (vosotros), no envíen (ustedes).
Imperative
Geboden om te sturen: envía (tú), envíe (usted), enviad (vosotros), envíen (ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd van enviar volgt de klemtoonverschuiving (í): envíe, envíes, envíe, enviemos, enviéis, envíen.
Imperfect Subjunctive
De aanvoegende wijs verleden tijd van enviar is regelmatig: enviara, enviaras, enviara, enviáramos, enviarais, enviaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng enviar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'enviar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent enviar in het Spaans?
enviar betekent "verzenden".
Is enviar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
enviar is een irregular (stress shift) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je enviar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van enviar is: yo envío, tú envías, él/ella/usted envía, nosotros enviamos, vosotros enviáis, ellos/ellas/ustedes envían.
Hoe vervoeg je enviar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van enviar is: yo envié, tú enviaste, él/ella/usted envió, nosotros enviamos, vosotros enviasteis, ellos/ellas/ustedes enviaron.
