equiparVervoeging
equipar means uitrusten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van equipar is regelmatig: equipara, equiparas, equipáramos, equiparais, equiparan.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van equipar is regelmatig: equipe, equipes, equipemos, equipéis, equipen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor equipar gebruiken de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no equipes (jij), no equipe (u), no equipemos (wij), no equipen (jullie/zij), no equipéis (jullie).
Imperative
Het gebiedende wijs van equipar is regelmatig in de bevestigende vorm: equipa (jij), equipe (u), equipemos (wij), equipen (jullie/zij), equipad (jullie).
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van equipar is regelmatig: equiparía, equiparías, equiparía, equiparíamos, equiparíais, equiparían.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van equipar is regelmatig: equipé, equipaste, equipó, equipamos, equipasteis, equiparon.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van equipar is regelmatig: equipaba, equipabas, equipaba, equipábamos, equipabais, equipaban.
Present
De tegenwoordige tijd van equipar is regelmatig: equipo, equipas, equipa, equipamos, equipáis, equipan.
Future
De toekomende tijd van equipar is regelmatig: equiparé, equiparás, equipará, equiparemos, equiparéis, equiparán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng equipar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'equipar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent equipar in het Spaans?
equipar betekent "uitrusten".
Is equipar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
equipar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je equipar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van equipar is: yo equipo, tú equipas, él/ella/usted equipa, nosotros equipamos, vosotros equipáis, ellos/ellas/ustedes equipan.
Hoe vervoeg je equipar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van equipar is: yo equipé, tú equipaste, él/ella/usted equipó, nosotros equipamos, vosotros equipasteis, ellos/ellas/ustedes equiparon.
