Inklingo
Ontdekken:

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

Subjunctive

Imperfect Subjunctive

yoequipara
equiparas
él/ella/ustedequipara
nosotrosequipáramos
vosotrosequiparais
ellos/ellas/ustedesequiparan

De verleden tijd van de aanvoegende wijs van equipar is regelmatig: equipara, equiparas, equipáramos, equiparais, equiparan.

Present Subjunctive

yoequipe
equipes
él/ella/ustedequipe
nosotrosequipemos
vosotrosequipéis
ellos/ellas/ustedesequipen

De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van equipar is regelmatig: equipe, equipes, equipemos, equipéis, equipen.

Imperative

Negative Imperative

no equipes
ustedno equipe
nosotrosno equipemos
vosotrosno equipéis
ustedesno equipen

Negatieve bevelen voor equipar gebruiken de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no equipes (jij), no equipe (u), no equipemos (wij), no equipen (jullie/zij), no equipéis (jullie).

Imperative

equipa
ustedequipe
nosotrosequipemos
vosotrosequipad
ustedesequipen

Het gebiedende wijs van equipar is regelmatig in de bevestigende vorm: equipa (jij), equipe (u), equipemos (wij), equipen (jullie/zij), equipad (jullie).

Indicative

Conditional

yoequiparía
equiparías
él/ella/ustedequiparía
nosotrosequiparíamos
vosotrosequiparíais
ellos/ellas/ustedesequiparían

De conditionele tijd van equipar is regelmatig: equiparía, equiparías, equiparía, equiparíamos, equiparíais, equiparían.

Preterite

yoequipé
equipaste
él/ella/ustedequipó
nosotrosequipamos
vosotrosequipasteis
ellos/ellas/ustedesequiparon

De onvoltooid verleden tijd van equipar is regelmatig: equipé, equipaste, equipó, equipamos, equipasteis, equiparon.

Imperfect

yoequipaba
equipabas
él/ella/ustedequipaba
nosotrosequipábamos
vosotrosequipabais
ellos/ellas/ustedesequipaban

De onvoltooid verleden tijd van equipar is regelmatig: equipaba, equipabas, equipaba, equipábamos, equipabais, equipaban.

Present

yoequipo
equipas
él/ella/ustedequipa
nosotrosequipamos
vosotrosequipáis
ellos/ellas/ustedesequipan

De tegenwoordige tijd van equipar is regelmatig: equipo, equipas, equipa, equipamos, equipáis, equipan.

Future

yoequiparé
equiparás
él/ella/ustedequipará
nosotrosequiparemos
vosotrosequiparéis
ellos/ellas/ustedesequiparán

De toekomende tijd van equipar is regelmatig: equiparé, equiparás, equipará, equiparemos, equiparéis, equiparán.

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng equipar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'equipar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.

Veelgestelde Vragen

Wat betekent equipar in het Spaans?

equipar betekent "uitrusten".

Is equipar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?

equipar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.

Hoe vervoeg je equipar in de tegenwoordige tijd?

De tegenwoordige tijd van equipar is: yo equipo, tú equipas, él/ella/usted equipa, nosotros equipamos, vosotros equipáis, ellos/ellas/ustedes equipan.

Hoe vervoeg je equipar in de verleden tijd (preteritum)?

De verleden tijd van equipar is: yo equipé, tú equipaste, él/ella/usted equipó, nosotros equipamos, vosotros equipasteis, ellos/ellas/ustedes equiparon.

Gratis afdrukbare referentie

equipar vervoegingsspiekbrief

equipar vervoegingsspiekbriefje — tegenwoordige tijd, verleden tijd, onvoltooid verleden tijd, toekomende tijd en voorwaardelijke wijs