equivalerVervoeging
equivaler means equivalent zijn aan.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs gebruikt de 'equivalier-' stam: equivaliera, equivalieras, equivaliera, equivaliéramos, equivalierais, equivalieran.
Present Subjunctive
Equivaler gebruikt de onregelmatige 'g'-stam in de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: equivalga, equivalgas, equivalga, equivalgamos, equivalgáis, equivalgan.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs gebruikt 'no' + tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no equivalgas, no equivalga, no equivalgamos, no equivalgáis, no equivalgan.
Imperative
De gebiedende wijs van equivaler wordt zelden gebruikt, maar volgt standaardpatronen: equivale (tú), equivalga (usted).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs gebruikt de onregelmatige 'dr'-stam: equivaldría, equivaldrías, equivaldría, equivaldríamos, equivaldríais, equivaldrían.
Preterite
Equivaler is regelmatig in de verleden tijd (preterite): equivalí, equivaliste, equivalió, equivalimos, equivalisteis, equivalieron.
Imperfect
De verleden tijd (imperfect) van equivaler is volledig regelmatig: equivalía, equivalías, equivalía, equivalíamos, equivalíais, equivalían.
Present
Equivaler is grotendeels regelmatig, behalve de 'yo'-vorm: equivalgo.
Future
De toekomstige tijd van equivaler gebruikt de onregelmatige 'dr'-stam: equivaldré, equivaldrás, equivaldrá, equivaldremos, equivaldréis, equivaldrán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng equivaler van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'equivaler' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent equivaler in het Spaans?
equivaler betekent "equivalent zijn aan".
Is equivaler een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
equivaler is een irregular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je equivaler in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van equivaler is: yo equivalgo, tú equivales, él/ella/usted equivale, nosotros equivalemos, vosotros equivaléis, ellos/ellas/ustedes equivalen.
Hoe vervoeg je equivaler in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van equivaler is: yo equivalí, tú equivaliste, él/ella/usted equivalió, nosotros equivalimos, vosotros equivalisteis, ellos/ellas/ustedes equivalieron.
