erigirVervoeging
erigir means oprichten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van erigir is regelmatig, gebaseerd op de derde persoon meervoud van de onvoltooid verleden tijd: erigiera, erigieras, erigiera, erigiéramos, erigierais, erigieran.
Present Subjunctive
Erigir verandert zijn spelling van 'g' naar 'j' in alle vormen van de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: erija, erijas, erija, erijamos, erijáis, erijan.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor erigir gebruiken altijd de 'j'-spelling: no erijas, no erija, no erijamos, no erijáis, no erijan.
Imperative
De gebiedende wijs van erigir gebruikt 'g' voor 'tú' (erige) en 'vosotros' (erigid), maar 'j' voor 'usted/ustedes' (erija/erijan).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van erigir is regelmatig: erigiría, erigirías, erigiría, erigiríamos, erigiríais, erigirían.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van erigir is regelmatig: erigí, erigiste, erigió, erigimos, erigisteis, erigieron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van erigir is regelmatig: erigía, erigías, erigía, erigíamos, erigíais, erigían.
Present
In de tegenwoordige tijd is erigir regelmatig, behalve in de 'yo'-vorm, die 'g' verandert in 'j': erijo.
Future
De toekomstige tijd van erigir is regelmatig: erigiré, erigirás, erigirá, erigiremos, erigiréis, erigirán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng erigir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'erigir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent erigir in het Spaans?
erigir betekent "oprichten".
Is erigir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
erigir is een orthographic change -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je erigir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van erigir is: yo erijo, tú eriges, él/ella/usted erige, nosotros erigimos, vosotros erigís, ellos/ellas/ustedes erigen.
Hoe vervoeg je erigir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van erigir is: yo erigí, tú erigiste, él/ella/usted erigió, nosotros erigimos, vosotros erigisteis, ellos/ellas/ustedes erigieron.
