escogerVervoeging
escoger betekent kiezen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Escoger is regelmatig behalve in de 'yo'-vorm, die 'g' verandert in 'j': escojo.
Future
De toekomende tijd van escoger is regelmatig: escogeré, escogerás, escogerá, escogeremos, escogeréis, escogerán.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van escoger is regelmatig: escogía, escogías, escogía, escogíamos, escogíais, escogían.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van escoger is regelmatig: escogería, escogerías, escogería, escogeríamos, escogeríais, escogerían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van escoger is regelmatig: escogí, escogiste, escogió, escogimos, escogisteis, escogieron.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken 'j' en de tegenwoordige conjunctief: no escojas, no escoja, no escojamos, no escojáis, no escojan.
Imperative
Geef bevelen om te kiezen: escoge (tú), escoja (usted), escojamos (nosotros), escoged (vosotros), escojan (ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van escoger gebruikt 'j' in alle vormen: escoja, escojas, escoja, escojamos, escojáis, escojan.
Imperfect Subjunctive
De onvoltooid verleden conjunctief van escoger is regelmatig: escogiera, escogieras, escogiera, escogiéramos, escogierais, escogieran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng escoger van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'escoger' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent escoger in het Spaans?
escoger betekent "kiezen".
Is escoger een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
escoger is een regular (-er verb) with a spelling change in the 'yo' form -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je escoger in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van escoger is: yo escojo, tú escoges, él/ella/usted escoge, nosotros escogemos, vosotros escogéis, ellos/ellas/ustedes escogen.
Hoe vervoeg je escoger in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van escoger is: yo escogí, tú escogiste, él/ella/usted escogió, nosotros escogimos, vosotros escogisteis, ellos/ellas/ustedes escogieron.
