escucharVervoeging
escuchar means luisteren naar.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
'Escuchar' is een regelmatig -ar werkwoord in de tegenwoordige tijd: escucho, escuchas, escucha, escuchamos, escucháis, escuchan.
Future
De toekomende tijd van 'escuchar' voegt uitgangen toe aan het hele werkwoord: escucharé, escucharás, escuchará, escucharemos, escucharéis, escucharán.
Imperfect
De imperfectum van 'escuchar' gebruikt de standaard -aba uitgangen: escuchaba, escuchabas, escuchaba, escuchábamos, escuchabais, escuchaban.
Conditional
De conditioneel van 'escuchar' voegt -ía uitgangen toe aan het hele werkwoord: escucharía, escucharías, escucharía, escucharíamos, escucharíais, escucharían.
Preterite
'Escuchar' is regelmatig in de preterito: escuché, escuchaste, escuchó, escuchamos, escuchasteis, escucharon.
Imperative
Negative Imperative
Het negatieve imperatief van 'escuchar' gebruikt de tegenwoordige tijd conjunctivo: no escuches, no escuche, no escuchemos, no escuchéis, no escuchen.
Imperative
Het imperatief van 'escuchar' geeft directe bevelen: escucha (jij), escuche (u), escuchad (jullie), escuchen (zij/u allen).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctivo van 'escuchar' gebruikt 'e'-uitgangen: escuche, escuches, escuche, escuchemos, escuchéis, escuchen.
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd conjunctivo van 'escuchar' wordt gevormd uit de 'zij'-preterito: escuchara, escucharas, escuchara, escucháramos, escucharais, escucharan.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng escuchar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'escuchar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent escuchar in het Spaans?
escuchar betekent "luisteren naar".
Is escuchar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
escuchar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je escuchar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van escuchar is: yo escucho, tú escuchas, él/ella/usted escucha, nosotros escuchamos, vosotros escucháis, ellos/ellas/ustedes escuchan.
Hoe vervoeg je escuchar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van escuchar is: yo escuché, tú escuchaste, él/ella/usted escuchó, nosotros escuchamos, vosotros escuchasteis, ellos/ellas/ustedes escucharon.
