esfumarVervoeging
esfumar betekent verdwijnen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van esfumar is regelmatig: esfumara/esfumase, esfumaras/esfumases, etc.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van esfumar is regelmatig: esfume, esfumes, esfumemos, esfuméis, esfumen.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van esfumar gebruikt de tegenwoordige aanvoegende wijs: no esfumes, no esfume, no esfumemos, no esfuméis, no esfumen.
Imperative
Hetgebiedende wijs van esfumar is regelmatig: esfuma, esfume, esfumemos, esfumad, esfumen.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van esfumar is regelmatig: esfumaría, esfumarías, esfumaría, esfumaríamos, esfumaríais, esfumarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van esfumar is regelmatig: esfumé, esfumaste, esfumó, esfumamos, esfumasteis, esfumaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van esfumar is regelmatig: esfumaba, esfumabas, esfumaba, esfumábamos, esfumabais, esfumaban.
Present
De tegenwoordige onvoltooid tegenwoordige tijd van esfumar is regelmatig: esfumo, esfumas, esfuma, esfumamos, esfumáis, esfuman.
Future
De toekomende tijd van esfumar is regelmatig: esfumaré, esfumarás, esfumará, esfumaremos, esfumaréis, esfumarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng esfumar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'esfumar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent esfumar in het Spaans?
esfumar betekent "verdwijnen".
Is esfumar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
esfumar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je esfumar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van esfumar is: yo esfumo, tú esfumas, él/ella/usted esfuma, nosotros esfumamos, vosotros esfumáis, ellos/ellas/ustedes esfuman.
Hoe vervoeg je esfumar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van esfumar is: yo esfumé, tú esfumaste, él/ella/usted esfumó, nosotros esfumamos, vosotros esfumasteis, ellos/ellas/ustedes esfumaron.
