estallarVervoeging
estallar betekent ontploffen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Imperative
Imperative
Het imperatief van estallar is: estalla (jij), estalle (u), estallemos (wij), estallad (jullie), estallen (zij/u allen).
Negative Imperative
Het negatieve imperatief van estallar gebruikt de tegenwoordige conjunctief: no estalles (jij), no estalle (u), no estallemos (wij), no estalléis (jullie), no estallen (zij/u allen).
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van estallar is regelmatig: estallara, estallaras, estallara, estalláramos, estallarais, estallaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van estallar is regelmatig: estalle, estalles, estalle, estallemos, estalléis, estallen.
Indicative
Conditional
De condicional van estallar is regelmatig: estallaría, estallarías, estallaría, estallaríamos, estallaríais, estallarían.
Preterite
De pretérito van estallar is regelmatig: estallé, estallaste, estalló, estallamos, estallasteis, estallaron.
Imperfect
De imperfecto van estallar is regelmatig: estallaba, estallabas, estallaba, estallábamos, estallabais, estallaban.
Present
De tegenwoordige tijd van estallar is regelmatig: estallo, estallas, estalla, estallamos, estalláis, estallan.
Future
De futuro van estallar is regelmatig: estallaré, estallarás, estallará, estallaremos, estallaréis, estallarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng estallar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'estallar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent estallar in het Spaans?
estallar betekent "ontploffen".
Is estallar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
estallar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je estallar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van estallar is: yo estallo, tú estallas, él/ella/usted estalla, nosotros estallamos, vosotros estalláis, ellos/ellas/ustedes estallan.
Hoe vervoeg je estallar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van estallar is: yo estallé, tú estallaste, él/ella/usted estalló, nosotros estallamos, vosotros estallasteis, ellos/ellas/ustedes estallaron.
