estimarVervoeging
estimar betekent schatten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De onvoltooid verleden tijd (subjunctief) van 'estimar' is regelmatig: estimara, estimaras, estimara, estimáramos, estimarais, estimaran.
Present Subjunctive
De onvoltooid tegenwoordige tijd (subjunctief) van 'estimar' is regelmatig: estime, estimes, estime, estimemos, estiméis, estimen.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van 'estimar' gebruikt 'no' plus de vormen van de onvoltooid tegenwoordige tijd (subjunctief): estimes, estime, estimemos, estiméis, estimen.
Imperative
De bevestigende gebiedende wijs van 'estimar' gebruikt 'estima' (tú) en reguliere op de subjunctief gebaseerde vormen voor anderen.
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van 'estimar' is regelmatig: infinitief + ía, ías, ía, íamos, íais, ían.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van 'estimar' is regelmatig: estimé, estimaste, estimó, estimamos, estimasteis, estimaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'estimar' volgt het reguliere -ar patroon: estimaba, estimabas, estimaba, estimábamos, estimabais, estimaban.
Present
De onvoltooid tegenwoordige tijd van 'estimar' is regelmatig: estimo, estimas, estima, estimamos, estimáis, estiman.
Future
De toekomende tijd van 'estimar' is regelmatig: infinitief + é, ás, á, emos, éis, án.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng estimar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'estimar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent estimar in het Spaans?
estimar betekent "schatten".
Is estimar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
estimar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je estimar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van estimar is: yo estimo, tú estimas, él/ella/usted estima, nosotros estimamos, vosotros estimáis, ellos/ellas/ustedes estiman.
Hoe vervoeg je estimar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van estimar is: yo estimé, tú estimaste, él/ella/usted estimó, nosotros estimamos, vosotros estimasteis, ellos/ellas/ustedes estimaron.
