estirarVervoeging
estirar means strekken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'estirar' (estirara/estirase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van 'estirar' (estire) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no' + tegenwoordige tijd van de conjunctief (bijv. 'no estires') voor negatieve commando's met 'estirar'.
Imperative
Gebruik gebiedende wijs vormen zoals 'estira' (jij) voor directe commando's met 'estirar'.
Indicative
Conditional
De conditionele van 'estirar' (estiraría) wordt gebruikt voor hypothetische situaties ('zou rekken') en beleefde verzoeken.
Preterite
De preteritum van 'estirar' is regelmatig: estiré, estiraste, estiró, estiramos, estirasteis, estiraron.
Imperfect
De imperfectum van 'estirar' (estiraba) beschrijft doorlopende of gewoontematige rek-acties in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van 'estirar' (estiro) wordt gebruikt voor acties die nu plaatsvinden, gewoontes en algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd van 'estirar' (estiraré) geeft acties aan die zullen gebeuren.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng estirar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'estirar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent estirar in het Spaans?
estirar betekent "strekken".
Is estirar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
estirar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je estirar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van estirar is: yo estiro, tú estiras, él/ella/usted estira, nosotros estiramos, vosotros estiráis, ellos/ellas/ustedes estiran.
Hoe vervoeg je estirar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van estirar is: yo estiré, tú estiraste, él/ella/usted estiró, nosotros estiramos, vosotros estirasteis, ellos/ellas/ustedes estiraron.
