evacuarVervoeging
evacuar means evacueren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van evacuar (evacuara/evacuase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief van evacuar (evacúe, evacúes, evacúe, evacúemos, evacúen, evacúen) wordt gebruikt voor wensen, twijfels en emoties.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor evacuar gebruiken de tegenwoordige tijd van de conjunctief: no evacúes (jij), no evacúe (u), no evacúen (jullie/zij), no evacúe (wij), no evacuéis (jullie/gij).
Imperative
Gebiedende wijs voor evacuar: evacúa (jij), evacúe (u), evacúen (jullie/zij), evacúe (wij), evacuad (jullie/gij).
Indicative
Conditional
De conditionele van evacuar: evacuaría, evacuarías, evacuaría, evacuaríamos, evacuaríais, evacuarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van evacuar is regelmatig: evacué, evacuaste, evacuó, evacuamos, evacuasteis, evacuaron.
Imperfect
De imperfectum van evacuar: evacuaba, evacuabas, evacuaba, evacuábamos, evacuabais, evacuaban.
Present
De tegenwoordige tijd van evacuar: evacúo, evacúas, evacúa, evacuamos, evacuáis, evacúan.
Future
De toekomende tijd van evacuar: evacuaré, evacuarás, evacuará, evacuaremos, evacuaréis, evacuarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng evacuar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'evacuar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent evacuar in het Spaans?
evacuar betekent "evacueren".
Is evacuar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
evacuar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je evacuar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van evacuar is: yo evacuo / evacúo, tú evacuas / evacúas, él/ella/usted evacua / evacúa, nosotros evacuamos, vosotros evacuáis, ellos/ellas/ustedes evacuan / evacúan.
Hoe vervoeg je evacuar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van evacuar is: yo evacué, tú evacuaste, él/ella/usted evacuó, nosotros evacuamos, vosotros evacuasteis, ellos/ellas/ustedes evacuaron.
