excederVervoeging
exceder means overschrijden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de conjunctief van 'exceder' (excediera/excediera) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen en beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van 'exceder' (exceda, excedas, etc.) volgt uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor 'exceder' gebruiken 'no' plus de tegenwoordige tijd van de conjunctief: no excedas, no exceda, etc.
Imperative
Het gebiedende wijs van 'exceder' heeft regelmatige commando's voor 'tú' (excede) en 'vosotros' (exceded), maar onregelmatige vormen voor de rest.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'exceder' (excedería, excederías, etc.) drukt hypothetische situaties, beleefde verzoeken of toekomende tijd in het verleden uit.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'exceder' is regelmatig: excedí, excediste, excedió, excedimos, excedisteis, excedieron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'exceder' (excedía, excedías, etc.) beschrijft doorlopende of gebruikelijke handelingen in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van 'exceder' (excedo, excedes, etc.) beschrijft huidige acties, gewoonten of algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd van 'exceder' (excederé, excederás, etc.) voorspelt toekomstige acties of drukt waarschijnlijkheid uit.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng exceder van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'exceder' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent exceder in het Spaans?
exceder betekent "overschrijden".
Is exceder een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
exceder is een regular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je exceder in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van exceder is: yo excedo, tú excedes, él/ella/usted excede, nosotros excedemos, vosotros excedéis, ellos/ellas/ustedes exceden.
Hoe vervoeg je exceder in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van exceder is: yo excedí, tú excediste, él/ella/usted excedió, nosotros excedimos, vosotros excedisteis, ellos/ellas/ustedes excedieron.
