excitarVervoeging
excitar means stimuleren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'excitara' of 'excitase' (en vormen) voor verleden hypothetische of onzekere situaties met 'excitar'.
Present Subjunctive
Gebruik 'excite', 'excites', 'excitemos', 'exciten', 'excitéis' voor wensen, twijfels, emoties en onzekerheid met 'excitar'.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no excites', 'no excite', 'no excitemos', 'no exciten', 'no excitéis' voor negatieve bevelen met 'excitar'.
Imperative
Gebruik 'excita', 'excite', 'excitemos', 'exciten', 'excitad' voor directe bevelen met 'excitar'.
Indicative
Conditional
Gebruik 'excitaría', 'excitarías', 'excitaría', 'excitaríamos', 'excitaríais', 'excitarían' voor hypothetische ('zou') of beleefde verzoeken met 'excitar'.
Preterite
De pretérito van 'excitar' is regelmatig: excité, excitaste, excitó, excitamos, excitasteis, excitaron.
Imperfect
Gebruik 'excitaba', 'excitabas', 'excitaba', 'excitábamos', 'excitabais', 'excitaban' voor doorlopende of gebruikelijke verleden acties met 'excitar'.
Present
Gebruik 'excito', 'excitas', 'excita', 'excitamos', 'excitáis', 'excitan' voor huidige acties, gewoontes of algemene waarheden met 'excitar'.
Future
Gebruik 'excitaré', 'excitarás', 'excitará', 'excitaremos', 'excitaréis', 'excitarán' voor toekomstige acties of waarschijnlijkheid met 'excitar'.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng excitar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'excitar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent excitar in het Spaans?
excitar betekent "stimuleren".
Is excitar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
excitar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je excitar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van excitar is: yo excito, tú excitas, él/ella/usted excita, nosotros excitamos, vosotros excitáis, ellos/ellas/ustedes excitan.
Hoe vervoeg je excitar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van excitar is: yo excité, tú excitaste, él/ella/usted excitó, nosotros excitamos, vosotros excitasteis, ellos/ellas/ustedes excitaron.
