existirVervoeging
existir betekent bestaan.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
'Existir' is een regelmatig -ir werkwoord in de tegenwoordige tijd: existo, existes, existe, existimos, existís, existen.
Future
De toekomstige tijd van 'existir' gebruikt het hele werkwoord als stam: existir + é, ás, á, emos, éis, án.
Imperfect
'Existir' is regelmatig in de imperfectum: existía, existías, existía, existíamos, existíais, existían.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'existir' is regelmatig: existiría, existirías, existiría, existiríamos, existiríais, existirían.
Preterite
De verleden tijd van 'existir' is regelmatig: existí, exististe, existió, existimos, exististeis, existieron.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van 'existir' komt overeen met de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no existas, no exista, no existamos, no existáis, no existan.
Imperative
Het gebiedende wijs van 'existir' wordt gebruikt voor commando's: existe, exista, existamos, existid, existan.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'existir' gebruikt de 'a'-uitgangen: exista, existas, exista, existamos, existáis, existan.
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'existir' is gebaseerd op de stam van de verleden tijd: existiera, existieras, existiera, existiéramos.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng existir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'existir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent existir in het Spaans?
existir betekent "bestaan".
Is existir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
existir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je existir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van existir is: yo existo, tú existes, él/ella/usted existe, nosotros existimos, vosotros existís, ellos/ellas/ustedes existen.
Hoe vervoeg je existir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van existir is: yo existí, tú exististe, él/ella/usted existió, nosotros existimos, vosotros exististeis, ellos/ellas/ustedes existieron.
