exportarVervoeging
exportar betekent exporteren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'exportara' of 'exportase' voor hypothetische of onzekere acties in het verleden met betrekking tot exporteren.
Present Subjunctive
Gebruik 'exporte' (ik/hij/zij/u) en 'exporten' (zij/jullie) na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no exportes' (jij) en 'no exporten' (jullie/zij) voor ontkennende bevelen met exportar.
Imperative
Gebruik 'exporta' (jij) en 'exporten' (jullie/zij) voor directe bevelen met exportar.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van exportar is regelmatig: exportaría, exportarías, exportaría, exportaríamos, exportaríais, exportarían.
Preterite
De preterito van exportar is regelmatig: exporté, exportaste, exportó, exportamos, exportasteis, exportaron.
Imperfect
De imperfecto van exportar is regelmatig: exportaba, exportabas, exportaba, exportábamos, exportabais, exportaban.
Present
De tegenwoordige tijd van exportar is regelmatig: exporto, exportas, exporta, exportamos, exportáis, exportan.
Future
De toekomstige tijd van exportar is regelmatig: exportaré, exportarás, exportará, exportaremos, exportaréis, exportarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng exportar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'exportar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent exportar in het Spaans?
exportar betekent "exporteren".
Is exportar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
exportar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je exportar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van exportar is: yo exporto, tú exportas, él/ella/usted exporta, nosotros exportamos, vosotros exportáis, ellos/ellas/ustedes exportan.
Hoe vervoeg je exportar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van exportar is: yo exporté, tú exportaste, él/ella/usted exportó, nosotros exportamos, vosotros exportasteis, ellos/ellas/ustedes exportaron.
