exprimirVervoeging
exprimir betekent uitknijpen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of wensen, zoals 'Si exprimiera la naranja, habría más jugo' (Als ik de sinaasappel zou persen, zou er meer sap zijn).
Present Subjunctive
Gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie, zoals 'Espero que exprimas bien la fruta' (Ik hoop dat je het fruit goed uitperst).
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no exprimas' (pers niet uit) en vergelijkbare vormen voor negatieve commando's.
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs voor directe commando's zoals 'exprime la naranja' (pers de sinaasappel uit).
Indicative
Conditional
De conditionele van exprimir is regelmatig: exprimiría, exprimirías, exprimiría, exprimiríamos, exprimiríais, exprimirían.
Preterite
De pretérito van exprimir is regelmatig: exprimí, exprimiste, exprimió, exprimimos, exprimisteis, exprimieron.
Imperfect
De imperfecto van exprimir is regelmatig: exprimía, exprimías, exprimía, exprimíamos, exprimíais, exprimían.
Present
De tegenwoordige tijd van exprimir is regelmatig: exprimo, exprimes, exprime, exprimimos, exprimís, exprimen.
Future
De toekomende tijd van exprimir is regelmatig: exprimiré, exprimirás, exprime, exprimiremos, exprimiréis, exprimirán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng exprimir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'exprimir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent exprimir in het Spaans?
exprimir betekent "uitknijpen".
Is exprimir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
exprimir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je exprimir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van exprimir is: yo exprimo, tú exprimes, él/ella/usted exprime, nosotros exprimimos, vosotros exprimís, ellos/ellas/ustedes exprimen.
Hoe vervoeg je exprimir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van exprimir is: yo exprimí, tú exprimiste, él/ella/usted exprimió, nosotros exprimimos, vosotros exprimisteis, ellos/ellas/ustedes exprimieron.
