extrañarVervoeging
extrañar betekent missen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum subjunctief van extrañar gebruikt de -ra uitgangen: extrañara, extrañaras, extrañara, extrañáramos, extrañarais, extrañaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd subjunctief van extrañar verandert de klinker naar 'e': extrañe, extrañes, extrañe, extrañemos, extrañéis, extrañen.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief van extrañar gebruikt de tegenwoordige tijd subjunctief: no extrañes, no extrañe, no extrañemos, no extrañéis, no extrañen.
Imperative
De affirmatieve imperatief van extrañar gebruikt extraña (tú) en extrañe (usted).
Indicative
Imperfect
De imperfectum van extrañar gebruikt de standaard -aba uitgangen: extrañaba, extrañabas, extrañaba, extrañábamos, extrañabais, extrañaban.
Present
De tegenwoordige tijd van extrañar is volledig regelmatig: extraño, extrañas, extraña, extrañamos, extrañáis, extrañan.
Preterite
De preteritum van extrañar is regelmatig: extrañé, extrañaste, extrañó, extrañamos, extrañasteis, extrañaron.
Conditional
De conditionele tijd van extrañar is regelmatig: extrañaría, extrañarías, extrañaría, extrañaríamos, extrañaríais, extrañarían.
Future
De toekomende tijd van extrañar voegt uitgangen toe aan het hele werkwoord: extrañaré, extrañarás, extrañará, extrañaremos, extrañaréis, extrañarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng extrañar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'extrañar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent extrañar in het Spaans?
extrañar betekent "missen".
Is extrañar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
extrañar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je extrañar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van extrañar is: yo extraño, tú extrañas, él/ella/usted extraña, nosotros extrañamos, vosotros extrañáis, ellos/ellas/ustedes extrañan.
Hoe vervoeg je extrañar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van extrañar is: yo extrañé, tú extrañaste, él/ella/usted extrañó, nosotros extrañamos, vosotros extrañasteis, ellos/ellas/ustedes extrañaron.
