fabricarVervoeging
fabricar means produceren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum subjunctief van fabricar is regelmatig: fabricara, fabricaras, fabricara, fabricáramos, fabricarais, fabricaran.
Present Subjunctive
Fabricar verandert van 'c' naar 'qu' in alle vormen: fabrique, fabriques, fabrique, fabriquemos, fabriquéis, fabriquen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken altijd de 'qu'-spellingverandering: no fabriques, no fabrique, no fabriquemos, no fabriquen.
Imperative
De imperatief gebruikt 'fabrica' (tú) en 'fabrique' (usted), met een spellingverandering in de meeste vormen.
Indicative
Conditional
De conditioneel van fabricar is regelmatig: fabricaría, fabricarías, fabricaría, fabricaríamos, fabricaríais, fabricarían.
Preterite
Fabricar is regelmatig, behalve de 'yo'-vorm, die verandert in 'fabriqué'.
Imperfect
De imperfectum van fabricar is regelmatig: fabricaba, fabricabas, fabricaba, fabricábamos, fabricabais, fabricaban.
Present
Fabricar is volledig regelmatig in de tegenwoordige tijd: fabrico, fabricas, fabrica, fabricamos, fabricáis, fabrican.
Future
De toekomende tijd van fabricar is regelmatig: fabricaré, fabricarás, fabricará, fabricaremos, fabricaréis, fabricarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng fabricar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'fabricar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent fabricar in het Spaans?
fabricar betekent "produceren".
Is fabricar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
fabricar is een regular with spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je fabricar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van fabricar is: yo fabrico, tú fabricas, él/ella/usted fabrica, nosotros fabricamos, vosotros fabricáis, ellos/ellas/ustedes fabrican.
Hoe vervoeg je fabricar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van fabricar is: yo fabriqué, tú fabricaste, él/ella/usted fabricó, nosotros fabricamos, vosotros fabricasteis, ellos/ellas/ustedes fabricaron.
