festejarVervoeging
festejar means feesten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte subjunctief van festejar heeft twee vormen: festejara/festejaras/festejara/festejáramos/festejarais/festejaran en festejase/festejases/festejase/festejásemos/festejaseis/festejasen.
Present Subjunctive
Festeje (ik/hij/zij/u), festejes (jij), festejemos (wij), festejen (zij/jullie).
Imperative
Negative Imperative
No festejes (jij), no festeje (u), no festejemos (wij), no festejen (jullie/zij), no festejéis (jullie).
Imperative
Festeja (jij), festeje (u), festejemos (wij), festejen (jullie/zij), festejad (jullie).
Indicative
Conditional
Festejaría (ik/hij/zij/u), festejarías (jij), festejaríamos (wij), festejaríais (jullie), festejarían (zij/jullie).
Preterite
Festejé (ik), festejaste (jij), festejó (hij/zij/u), festejamos (wij), festejasteis (jullie), festejaron (zij/jullie).
Imperfect
Festejaba (ik/hij/zij/u), festejabas (jij), festejábamos (wij), festejabais (jullie), festejaban (zij/jullie).
Present
Festejo (ik), festejas (jij), festeja (hij/zij/u), festejamos (wij), festejáis (jullie), festejan (zij/jullie).
Future
Festejaré (ik), festejarás (jij), festejará (hij/zij/u), festejaremos (wij), festejaréis (jullie), festejarán (zij/jullie).
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng festejar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'festejar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent festejar in het Spaans?
festejar betekent "feesten".
Is festejar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
festejar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je festejar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van festejar is: yo festejo, tú festejas, él/ella/usted festeja, nosotros festejamos, vosotros festejáis, ellos/ellas/ustedes festejan.
Hoe vervoeg je festejar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van festejar is: yo festejé, tú festejaste, él/ella/usted festejó, nosotros festejamos, vosotros festejasteis, ellos/ellas/ustedes festejaron.
