figurarVervoeging
figurar betekent verschijnen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte subjunctief van 'figurar' (bijv. figurara, figuraras, figurase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige subjunctief van 'figurar' (figure, figures, figuremos) drukt wensen, twijfels of onzekerheid uit.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'figurar' gebruiken de tegenwoordige subjunctief: no figures (jij), no figure (u), no figuremos (wij), no figuréis (jullie), no figuren (zij/u allen).
Imperative
Geboden in de imperatief voor 'figurar' zijn: figura (jij), figure (u), figuremos (wij), figurad (jullie), figuren (zij/u allen).
Indicative
Conditional
De conditionele van 'figurar' (figuraía, figuraías, figuraía) suggereert dat iets zou verschijnen of drukt beleefde verzoeken uit.
Preterite
De pretérito van 'figurar' is regelmatig: figuré, figuraste, figuró, figuramos, figurasteis, figuraron.
Imperfect
De imperfecto van 'figurar' (figuraba, figurabas, figuraba) beschrijft verschijningen in het verleden die doorlopend of gewoontegetrouw waren.
Present
De tegenwoordige tijd van 'figurar' (figuro, figuras, figura) betekent 'verschijnen' of 'vermeld staan' op dit moment.
Future
De toekomende tijd van 'figurar' (figuraé, figuraás, figuraá) geeft aan dat iets in de toekomst zal verschijnen of vermeld zal staan.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng figurar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'figurar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent figurar in het Spaans?
figurar betekent "verschijnen".
Is figurar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
figurar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je figurar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van figurar is: yo figuro, tú figuras, él/ella/usted figura, nosotros figuramos, vosotros figuráis.
Hoe vervoeg je figurar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van figurar is: yo figuré, tú figuraste, él/ella/usted figuró, nosotros figuramos, vosotros figurasteis, ellos/ellas/ustedes figuraron.
