florecerVervoeging
florecer betekent bloeien.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebaseerd op de stam van de verleden tijd (preterite): floreciera, florecieras, floreciera, floreciéramos, florecierais, florecieran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs gebruikt de 'z' van de 'yo'-vorm overal: florezca, florezcas, florezca, etc.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken de 'z'-stam: no florezcas (tú), no florezca (usted), no florezcáis (vosotros), no florezcan (ustedes).
Imperative
Directe bevelen: florece (tú), florezca (usted), floreced (vosotros), florezcan (ustedes).
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van florecer is regelmatig: florecería, florecerías, florecería, floreceríamos, floreceríais, florecerían.
Preterite
Florecer is volledig regelmatig in de verleden tijd (preterite): florecí, floreciste, floreció, florecimos, florecisteis, florecieron.
Imperfect
Florecer is regelmatig in de imperfectum: florecía, florecías, florecía, florecíamos, florecíais, florecían.
Present
Florecer is onregelmatig in de eerste persoon (yo florezco), maar regelmatig voor alle andere vormen.
Future
De toekomende tijd van florecer is regelmatig: floreceré, florecerás, florecerá, floreceremos, floreceréis, florecerán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng florecer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'florecer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent florecer in het Spaans?
florecer betekent "bloeien".
Is florecer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
florecer is een irregular (z-change) -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je florecer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van florecer is: yo florezco, tú floreces, él/ella/usted florece, nosotros florecemos, vosotros florecéis, ellos/ellas/ustedes florecen.
Hoe vervoeg je florecer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van florecer is: yo florecí, tú floreciste, él/ella/usted floreció, nosotros florecimos, vosotros florecisteis, ellos/ellas/ustedes florecieron.
