fluirVervoeging
fluir means stromen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de conjunctief gebruikt de 'fluy'-stam: fluyera, fluyeras, fluyera, fluyéramos, fluyerais, fluyeran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van fluir heeft een 'y'-spelling: fluya, fluyas, fluya, fluyamos, fluyáis, fluyan.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's gebruiken de vormen van de tegenwoordige tijd van de conjunctief: no fluyas, no fluya, no fluyamos, no fluyáis, no fluyan.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt 'y' in de meeste vormen: fluye (tú), fluya (usted), fluyamos (nosotros), fluid (vosotros), fluyan (ustedes).
Indicative
Conditional
De conditionele tijd is regelmatig voor fluir: fluiría, fluirías, fluiría, fluiríamos, fluiríais, fluirían.
Preterite
In de pretérito verandert fluir de 'i' in een 'y' in de derde persoon: fluí, fluiste, fluyó, fluimos, fluisteis, fluyeron.
Imperfect
De verleden tijd van fluir is regelmatig: fluía, fluías, fluía, fluíamos, fluíais, fluían.
Present
De tegenwoordige tijd voegt een 'y' toe aan de meeste vormen: fluyo, fluyes, fluye, fluimos, fluís, fluyen.
Future
De toekomende tijd is regelmatig voor fluir: fluiré, fluirás, fluirá, fluiremos, fluiréis, fluirán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng fluir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'fluir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent fluir in het Spaans?
fluir betekent "stromen".
Is fluir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
fluir is een irregular (spelling change) -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je fluir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van fluir is: yo fluyo, tú fluyes, él/ella/usted fluye, nosotros fluimos, vosotros fluís, ellos/ellas/ustedes fluyen.
Hoe vervoeg je fluir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van fluir is: yo fluí, tú fluiste, él/ella/usted fluyó, nosotros fluimos, vosotros fluisteis, ellos/ellas/ustedes fluyeron.
