forjarVervoeging
forjar means sm家伙den.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte aanvoegende wijs van forjar (forjara/forjaras/forjara/forjáramos/forjarais/forjaran) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden en wensen.
Present Subjunctive
Gebruik 'forje', 'forjes', 'forje', 'forjemos', 'forjéis', 'forjen' na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no + aanvoegende wijs tegenwoordige tijd' voor alle negatieve bevelen: no forjes, no forje, no forjemos, no forjéis, no forjen.
Imperative
Gebruik 'forja' voor jij, 'forje' voor u, 'forjemos' voor wij, 'forjad' voor jullie, en 'forjen' voor u allen.
Indicative
Conditional
Forjar is regelmatig in de conditionele wijs: forjaría, forjarías, forjaría, forjaríamos, forjaríais, forjarían.
Preterite
Forjar is regelmatig in de preteritum: forjé, forjaste, forjó, forjamos, forjasteis, forjaron.
Imperfect
Forjar is regelmatig in de imperfectum: forjaba, forjabas, forjaba, forjábamos, forjabais, forjaban.
Present
Forjar is regelmatig in de tegenwoordige tijd: forjo, forjas, forja, forjamos, forjáis, forjan.
Future
De toekomstige tijd van forjar is regelmatig: forjaré, forjarás, forjará, forjaremos, forjaréis, forjarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng forjar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'forjar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent forjar in het Spaans?
forjar betekent "sm家伙den".
Is forjar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
forjar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je forjar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van forjar is: yo forjo, tú forjas, él/ella/usted forja, nosotros forjamos, vosotros forjáis, ellos/ellas/ustedes forjan.
Hoe vervoeg je forjar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van forjar is: yo forjé, tú forjaste, él/ella/usted forjó, nosotros forjamos, vosotros forjasteis, ellos/ellas/ustedes forjaron.
