frenarVervoeging
frenar means remmen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Frenara/frenase, frenaras/frenases, frenara/frenase, frenáramos/frenásemos, frenarais/frenaseis, frenaran/frenasen zijn de imperfecto de subjuntivo vormen van 'frenar'.
Present Subjunctive
Frene, frenes, frene, frenemos, frenéis, frenen zijn de tegenwoordige tijd conjunctief vormen van 'frenar' (remmen).
Imperative
Negative Imperative
No frenes, no frene, no frenemos, no frenéis, no frenen zijn de negatieve bevelen voor 'frenar' (remmen).
Imperative
Frena, frene, frenemos, frenad, frenen zijn de gebiedende wijs vormen voor 'frenar' (remmen).
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van frenar (remmen) is regelmatig: frenaría, frenarías, frenaría, frenaríamos, frenaríais, frenarían.
Preterite
De preteritum van frenar (remmen) is regelmatig: frené, frenaste, frenó, frenamos, frenasteis, frenaron.
Imperfect
De imperfectum van frenar (remmen) is regelmatig: frenaba, frenabas, frenaba, frenábamos, frenabais, frenaban.
Present
De tegenwoordige tijd van frenar (remmen) is regelmatig: freno, frenas, frena, frenamos, frenáis, frenan.
Future
De toekomende tijd van frenar (remmen) is regelmatig: frenaré, frenarás, frenará, frenaremos, frenaréis, frenarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng frenar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'frenar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent frenar in het Spaans?
frenar betekent "remmen".
Is frenar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
frenar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je frenar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van frenar is: yo freno, tú frenas, él/ella/usted frena, nosotros frenamos, vosotros frenáis, ellos/ellas/ustedes frenan.
Hoe vervoeg je frenar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van frenar is: yo frené, tú frenaste, él/ella/usted frenó, nosotros frenamos, vosotros frenasteis, ellos/ellas/ustedes frenaron.
