fugarVervoeging
fugar means ontsnappen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de conjunctief van fugar wordt gevormd met de -ra uitgangen: fugara, fugaras, fugara, fugáramos, fugarais, fugaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van fugar vereist een spellingwijziging van 'g' naar 'gu' (fugue, fugues, fugue, fuguemos, fuguéis, fuguen).
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs gebruikt 'no' plus de tegenwoordige tijd van de conjunctief: no fugues, no fugue, no fuguemos, no fuguéis, no fuguen.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt 'fuga' (tú) en 'fugue' (usted/ustedes) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditioneel van fugar is regelmatig: fugaría, fugarías, fugaría, fugaríamos, fugaríais, fugarían.
Preterite
Fugar is regelmatig in de verleden tijd, behalve de 'yo'-vorm (fugué), die een 'u' toevoegt om de harde 'g'-klank te behouden.
Imperfect
De imperfectum van fugar is regelmatig voor -ar werkwoorden: fugaba, fugabas, fugaba, fugábamos, fugabais, fugaban.
Present
De tegenwoordige tijd van fugar is regelmatig: fugo, fugas, fuga, fugamos, fugáis, fugan.
Future
De toekomende tijd is regelmatig; voeg gewoon uitgangen toe aan het infinitief: fugaré, fugarás, fugará, fugaremos, fugaréis, fugarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng fugar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'fugar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent fugar in het Spaans?
fugar betekent "ontsnappen".
Is fugar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
fugar is een regular with spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je fugar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van fugar is: yo fugo, tú fugas, él/ella/usted fuga, nosotros fugamos, vosotros fugáis, ellos/ellas/ustedes fugan.
Hoe vervoeg je fugar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van fugar is: yo fugué, tú fugaste, él/ella/usted fugó, nosotros fugamos, vosotros fugasteis, ellos/ellas/ustedes fugaron.
