fumarVervoeging
fumar betekent roken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van fumar is regelmatig: fumo, fumas, fuma, fumamos, fumáis, fuman.
Future
De toekomende tijd van fumar voegt uitgangen toe aan het hele werkwoord: fumaré, fumarás, fumará, fumaremos, fumaréis, fumarán.
Imperfect
De imperfecte van fumar gebruikt de -aba uitgang: fumaba, fumabas, fumaba, fumábamos, fumabais, fumaban.
Conditional
De conditionele van fumar is regelmatig: fumaría, fumarías, fumaría, fumaríamos, fumaríais, fumarían.
Preterite
Fumar is regelmatig in de verleden tijd: fumé, fumaste, fumó, fumamos, fumasteis, fumaron.
Imperative
Negative Imperative
Het negatieve imperatief van fumar gebruikt subjunctive vormen: no fumes, no fume, no fumemos, no fuméis, no fumen.
Imperative
Het imperatief van fumar geeft bevelen: fuma (jij), fume (u), fumad (jullie), fumen (zij/u allen).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige subjunctive van fumar wisselt de 'a' voor een 'e': fume, fumes, fume, fumemos, fuméis, fumen.
Imperfect Subjunctive
De imperfecte subjunctive van fumar is gebaseerd op de 'zij/u allen'-vorm van de verleden tijd: fumara, fumaras, fumara, fumáramos, fumarais, fumaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng fumar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'fumar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent fumar in het Spaans?
fumar betekent "roken".
Is fumar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
fumar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je fumar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van fumar is: yo fumo, tú fumas, él/ella/usted fuma, nosotros fumamos, vosotros fumáis, ellos/ellas/ustedes fuman.
Hoe vervoeg je fumar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van fumar is: yo fumé, tú fumaste, él/ella/usted fumó, nosotros fumamos, vosotros fumasteis, ellos/ellas/ustedes fumaron.
