fundirVervoeging
fundir means smelten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd aanvoegende wijs van 'fundir' (-ra vorm): fundiera, fundieras, fundiera, fundiéramos, fundierais, fundieran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd aanvoegende wijs van 'fundir': funda, fundas, fundamos, fundáis, fundan.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor 'fundir' gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs: no fundas (jij), no funda (u), no fundamos (wij), no fundáis (jullie), no fundan (zij/u allen).
Imperative
Het gebiedende wijs van 'fundir' gebruikt specifieke commando-vormen: funde (jij), funda (u), fundamos (wij), fundid (jullie), fundan (zij/u allen).
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van 'fundir' is regelmatig: fundiría, fundirías, fundiría, fundiríamos, fundiríais, fundirían.
Preterite
The preterite of fundir is regular: fundí, fundiste, fundió, fundimos, fundisteis, fundieron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'fundir' is regelmatig: fundía, fundías, fundía, fundíamos, fundíais, fundían.
Present
De tegenwoordige tijd van 'fundir' is regelmatig: fundo, fundes, funde, fundimos, fundís, funden.
Future
De toekomende tijd van 'fundir' is regelmatig: fundiré, fundirás, fundirá, fundiremos, fundiréis, fundirán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng fundir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'fundir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent fundir in het Spaans?
fundir betekent "smelten".
Is fundir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
fundir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je fundir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van fundir is: yo fundo, tú fundes, él/ella/usted funde, nosotros fundimos, vosotros fundís, ellos/ellas/ustedes funden.
Hoe vervoeg je fundir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van fundir is: yo fundí, tú fundiste, él/ella/usted fundió, nosotros fundimos, vosotros fundisteis, ellos/ellas/ustedes fundieron.
