gritarVervoeging
gritar betekent roepen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van gritar is volledig regelmatig: grito, gritas, grita, gritamos, gritáis, gritan.
Future
De toekomende tijd van gritar is regelmatig: gritaré, gritarás, gritará, gritaremos, gritaréis, gritarán.
Imperfect
De imperfectum van gritar is regelmatig: gritaba, gritabas, gritaba, gritábamos, gritabais, gritaban.
Conditional
De conditionele van gritar is regelmatig: gritaría, gritarías, gritaría, gritaríamos, gritaríais, gritarían.
Preterite
De preteritum van gritar volgt het reguliere -ar patroon: grité, gritaste, gritó, gritamos, gritasteis, gritaron.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve bevelen voor gritar gebruiken de tegenwoordige tijd subjonctif: no grites, no grite, no gritemos, no gritéis, no griten.
Imperative
De affirmatieve bevelen voor gritar zijn: grita (tú), grite (usted), gritad (vosotros), griten (ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd subjonctif van gritar is regelmatig: grite, grites, grite, gritemos, gritéis, griten.
Imperfect Subjunctive
De imperfectum subjonctif van gritar is regelmatig: gritara, gritaras, gritara, gritáramos, gritarais, gritaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng gritar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'gritar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent gritar in het Spaans?
gritar betekent "roepen".
Is gritar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
gritar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je gritar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van gritar is: yo grito, tú gritas, él/ella/usted grita, nosotros gritamos, vosotros gritáis, ellos/ellas/ustedes gritan.
Hoe vervoeg je gritar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van gritar is: yo grité, tú gritaste, él/ella/usted gritó, nosotros gritamos, vosotros gritasteis, ellos/ellas/ustedes gritaron.
