gruñirVervoeging
gruñir betekent grommen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd aanvoegende wijs van gruñir laat de 'ie' vallen voor de uitgang: gruñera, gruñeras, gruñera, gruñéramos, gruñerais, gruñeran.
Present Subjunctive
Gruñir gebruikt de tegenwoordige aanvoegende wijs stam 'gruñ-' met -ir uitgangen: gruña, gruñas, gruña, gruñamos, gruñáis, gruñan.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs gebruikt de tegenwoordige aanvoegende wijs: no gruñas, no gruña, no gruñamos, no gruñáis, no gruñan.
Imperative
De gebiedende wijs vormen voor gruñir zijn: gruñe (tú), gruña (usted), gruñamos (nosotros), gruñid (vosotros), gruñan (ustedes).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van gruñir is regelmatig: voeg -ía, -ías, -ía, -íamos, -íais, -ían toe aan het hele werkwoord.
Preterite
Gruñir heeft een spellingverandering in de derde persoon: gruñó en gruñeron (de 'i' wordt weggelaten).
Imperfect
De verleden tijd onvoltooid van gruñir is regelmatig: gruñía, gruñías, gruñía, gruñíamos, gruñíais, gruñían.
Present
Gruñir is regelmatig in de tegenwoordige tijd: gruño, gruñes, gruñe, gruñimos, gruñís, gruñen.
Future
De toekomende tijd van gruñir is regelmatig: voeg de uitgangen -é, -ás, -á, -emos, -éis, -án toe aan het hele werkwoord.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng gruñir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'gruñir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent gruñir in het Spaans?
gruñir betekent "grommen".
Is gruñir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
gruñir is een spelling-change -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je gruñir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van gruñir is: yo gruño, tú gruñes, él/ella/usted gruñe, nosotros gruñimos, vosotros gruñís, ellos/ellas/ustedes gruñen.
Hoe vervoeg je gruñir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van gruñir is: yo gruñí, tú gruñiste, él/ella/usted gruñó, nosotros gruñimos, vosotros gruñisteis, ellos/ellas/ustedes gruñeron.
