guardarVervoeging
guardar betekent opbergen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Guardar is volledig regelmatig in de tegenwoordige tijd: guardo, guardas, guarda, guardamos, guardáis, guardan.
Future
De toekomende tijd van guardar gebruikt het hele werkwoord als stam: guardaré, guardarás, guardará, guardaremos, guardaréis, guardarán.
Imperfect
In de imperfectum gebruikt guardar standaard -aba uitgangen: guardaba, guardabas, guardaba, guardábamos, guardabais, guardaban.
Conditional
De conditionele van guardar voegt -ía uitgangen toe aan het hele werkwoord: guardaría, guardarías, guardaría, guardaríamos, guardaríais, guardarían.
Preterite
De verleden tijd van guardar is regelmatig: guardé, guardaste, guardó, guardamos, guardasteis, guardaron.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief van guardar gebruikt de vormen van de tegenwoordige subjunctive: no guardes, no guarde, no guardemos, no guardéis, no guarden.
Imperative
De imperatief van guardar geeft directe bevelen: guarda, guarde, guardemos, guardad, guarden.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige subjunctive van guardar gebruikt 'e' uitgangen: guarde, guardes, guarde, guardemos, guardéis, guarden.
Imperfect Subjunctive
De imperfectum subjunctive van guardar wordt gevormd uit de verleden tijd 'ellos' vorm: guardara, guardaras, guardara, guardáramos, guardarais, guardaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng guardar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'guardar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent guardar in het Spaans?
guardar betekent "opbergen".
Is guardar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
guardar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je guardar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van guardar is: yo guardo, tú guardas, él/ella/usted guarda, nosotros guardamos, vosotros guardáis, ellos/ellas/ustedes guardan.
Hoe vervoeg je guardar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van guardar is: yo guardé, tú guardaste, él/ella/usted guardó, nosotros guardamos, vosotros guardasteis, ellos/ellas/ustedes guardaron.
