Inklingo
Een knusse bruine beer die in zijn hol in een bos zit, illustreert het concept van 'habitar' (bewonen).

habitar

bewonen

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord habitar betekent bewonen.

Tegenwoordige tijd:

yohabito
habitas
él/ella/ustedhabita
nosotroshabitamos
vosotroshabitáis
ellos/ellas/ustedeshabitan

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

ellos/ellas/ustedeshabitaran
yohabitara
habitaras
vosotroshabitarais
nosotroshabitáramos
él/ella/ustedhabitara

De verleden tijd aanvoegende wijs van 'habitar' heeft twee vormen: habitara/habitase (ik/hij/zij/u), habitaras/habitases (jij), etc.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedeshabiten
yohabite
habites
vosotroshabitéis
nosotroshabitemos
él/ella/ustedhabite

De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd van 'habitar' is: habite (ik/hij/zij/u), habites (jij), habitemos (wij), habitéis (jullie), habiten (zij/u allen).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

no habites
vosotrosno habitéis
ustedesno habiten
nosotrosno habitemos
ustedno habite

De ontkennende bevelen voor 'habitar' gebruiken 'no' + aanvoegende wijs tegenwoordige tijd: no habites (jij), no habite (u), no habitemos (wij), no habitéis (jullie), no habiten (zij/u allen).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

habita
vosotroshabitad
ustedeshabiten
nosotroshabitemos
ustedhabite

Habita (jij), habite (u), habitemos (wij), habitad (jullie), habiten (zij/u allen) zijn de bevestigende gebiedende wijs vormen voor 'habitar'.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

indicative

conditional

ellos/ellas/ustedeshabitarían
yohabitaría
habitarías
vosotroshabitaríais
nosotroshabitaríamos
él/ella/ustedhabitaría

De conditionele tijd van 'habitar' is regelmatig: habitaría, habitarías, habitaría, habitaríamos, habitaríais, habitarían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

ellos/ellas/ustedeshabitaron
yohabité
habitaste
vosotroshabitasteis
nosotroshabitamos
él/ella/ustedhabitó

De onvoltooid verleden tijd van 'habitar' is regelmatig: habité, habitaste, habitó, habitamos, habitasteis, habitaron.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

ellos/ellas/ustedeshabitaban
yohabitaba
habitabas
vosotroshabitabais
nosotroshabitábamos
él/ella/ustedhabitaba

De imperfectum van 'habitar' is: habitaba, habitabas, habitaba, habitábamos, habitabais, habitaban.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedeshabitan
yohabito
habitas
vosotroshabitáis
nosotroshabitamos
él/ella/ustedhabita

De tegenwoordige tijd indicatief van 'habitar' is: habito, habitas, habita, habitamos, habitáis, habitan.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

ellos/ellas/ustedeshabitarán
yohabitaré
habitarás
vosotroshabitaréis
nosotroshabitaremos
él/ella/ustedhabitará

De toekomende tijd van 'habitar' is regelmatig: habitaré, habitarás, habitará, habitaremos, habitaréis, habitarán.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng habitar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'habitar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.