hackearVervoeging
hackear means hacken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik hackeara/hackearas/hackeara/hackearamos/hackearais/hackearan voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
Gebruik hackee/hackees/hackee/hackeemos/hackeéis/hackeen voor wensen, twijfels of wanneer iemand anders wil dat je handelt.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik no hackees (jij), no hackee (u/u), no hackeemos (wij), no hackeéis (jullie), no hackeen (u) voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik hackea (jij), hackee (u/u), hackeemos (wij), hackead (jullie), hackeen (u) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
Gebruik hackearía/hackearías/hackearía/hackearíamos/hackearíais/hackearían voor hypothetische of beleefde hackacties.
Preterite
De preteritum van hackear is regelmatig: hackeé, hackeaste, hackeó, hackeamos, hackeasteis, hackearon.
Imperfect
Gebruik hackeaba/hackeabas/hackeaba/hackeábamos/hackeabais/hackeaban voor doorlopende of gebruikelijke hackacties in het verleden.
Present
Gebruik hackeo/hackeas/hackea/hackeamos/hackeáis/hackean voor acties die nu gebeuren of gebruikelijke hackacties.
Future
Gebruik hackearé/hackearás/hackeará/hackearemos/hackearéis/hackearán voor toekomstige hackacties of waarschijnlijkheid.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng hackear van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'hackear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent hackear in het Spaans?
hackear betekent "hacken".
Is hackear een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
hackear is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je hackear in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van hackear is: yo hackeo, tú hackeas, él/ella/usted hackea, nosotros hackeamos, vosotros hackeáis, ellos/ellas/ustedes hackean.
Hoe vervoeg je hackear in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van hackear is: yo hackeé, tú hackeaste, él/ella/usted hackeó, nosotros hackeamos, vosotros hackeasteis, ellos/ellas/ustedes hackearon.
