halagarVervoeging
halagar means vleien.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van halagar wordt gevormd met de stam van de preteritum: halagara, halagaras, halagara, halagáramos, halagarais, halagaran.
Present Subjunctive
Halagar vereist een spellingwijziging van 'g' naar 'gu' in alle vormen van de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: halague, halagues, halague, halaguemos, halaguéis, halaguen.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs gebruikt altijd de 'gu'-spellingwijziging: no halagues, no halague, no halaguemos, no halaguéis, no halaguen.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt de 'gu'-spellingwijziging voor formele bevelen en 'nosotros': halaga, halague, halaguemos, halagad, halaguen.
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van halagar is regelmatig: halagaría, halagarías, halagaría, halagaríamos, halagaríais, halagarían.
Preterite
Halagar is regelmatig in de preteritum, behalve de 'yo'-vorm (halagué), die een spellingwijziging vereist.
Imperfect
De imperfectum van halagar is regelmatig: halagaba, halagabas, halagaba, halagábamos, halagabais, halagaban.
Present
Halagar is een regelmatig -ar werkwoord in de tegenwoordige tijd: halago, halagas, halaga, halagamos, halagáis, halagan.
Future
De toekomende tijd van halagar is regelmatig: voeg de uitgangen -é, -ás, -á, -emos, -éis, -án toe aan het infinitief.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng halagar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'halagar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent halagar in het Spaans?
halagar betekent "vleien".
Is halagar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
halagar is een spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je halagar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van halagar is: yo halago, tú halagas, él/ella/usted halaga, nosotros halagamos, vosotros halagáis, ellos/ellas/ustedes halagan.
Hoe vervoeg je halagar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van halagar is: yo halagué, tú halagaste, él/ella/usted halagó, nosotros halagamos, vosotros halagasteis, ellos/ellas/ustedes halagaron.
