hartarVervoeging
hartar betekent irriteren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'hartar' is regelmatig: hartara, hartaras, hartara, hartáramos, hartarais, hartaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van 'hartar' verandert de 'a' in 'e': harte, hartes, harte, hartemos, hartéis, harten.
Imperative
Negative Imperative
Het negatieve gebiedende wijs van 'hartar' gebruikt de tegenwoordige conjunctief: no hartes, no harte, no hartéis.
Imperative
Het gebiedende wijs van 'hartar' gebruikt standaard -ar uitgangen: harta, hartad, harte, harten.
Indicative
Conditional
De conditionele vorm van 'hartar' is regelmatig: hartaría, hartarías, hartaría, hartaríamos, hartaríais, hartarían.
Preterite
De verleden tijd (preterite) van 'hartar' is regelmatig: harté, hartaste, hartó, hartamos, hartasteis, hartaron.
Imperfect
'Hartar' volgt het regelmatige -aba patroon in de imperfecte tijd: hartaba, hartabas, hartábamos.
Present
'Hartar' is regelmatig in de tegenwoordige tijd: harto, hartas, harta, hartamos, hartáis, hartan.
Future
De toekomende tijd van 'hartar' gebruikt het infinitief plus uitgangen: hartaré, hartarás, hartará.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng hartar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'hartar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent hartar in het Spaans?
hartar betekent "irriteren".
Is hartar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
hartar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je hartar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van hartar is: yo harto, tú hartas, él/ella/usted harta, nosotros hartamos, vosotros hartáis, ellos/ellas/ustedes hartan.
Hoe vervoeg je hartar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van hartar is: yo harté, tú hartaste, él/ella/usted hartó, nosotros hartamos, vosotros hartasteis, ellos/ellas/ustedes hartaron.
