heredarVervoeging
heredar betekent erven.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van 'heredar' (heredara/heredase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of twijfels.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief van 'heredar' (herede, heredes, etc.) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'heredar' gebruiken de tegenwoordige tijd conjunctief: no heredes (jij), no herede (u), no heredemos (wij), no hereden (jullie/zij), no heredéis (jullie - Spanje).
Imperative
Gebruik de imperatief van 'heredar' voor directe bevelen: hereda (jij), herede (u), heredemos (wij), hereden (jullie/zij), heredad (jullie - Spanje).
Indicative
Conditional
De conditioneel van 'heredar' is regelmatig: heredaría, heredarías, heredaría, heredaríamos, heredaríais, heredarían.
Preterite
'Heredar' is regelmatig in de preteritum: heredé, heredaste, heredó, heredamos, heredasteis, heredaron.
Imperfect
'Heredar' is regelmatig in de imperfectum indicatief: heredaba, heredabas, heredaba, heredábamos, heredabais, heredaban.
Present
'Heredar' is regelmatig in de tegenwoordige tijd indicatief: heredo, heredas, hereda, heredamos, heredáis, heredan.
Future
De toekomende tijd van 'heredar' is regelmatig: heredaré, heredarás, heredará, heredaremos, heredaréis, heredarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng heredar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'heredar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent heredar in het Spaans?
heredar betekent "erven".
Is heredar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
heredar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je heredar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van heredar is: yo heredo, tú heredas, él/ella/usted hereda, nosotros heredamos, vosotros heredáis, ellos/ellas/ustedes heredan.
Hoe vervoeg je heredar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van heredar is: yo heredé, tú heredaste, él/ella/usted heredó, nosotros heredamos, vosotros heredasteis, ellos/ellas/ustedes heredaron.
