imitarVervoeging
imitar means nabootsen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van imitar (imitaran, imitara, etc.) drukt hypothetische situaties in het verleden of wensen uit.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief van imitar (imite, imites, etc.) drukt wensen, twijfels of emoties uit.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve opdrachten gebruiken de tegenwoordige tijd conjunctief: no imites, no imite, no imitemos, no imiten, no imitéis.
Imperative
Imita en imita vormen zijn reguliere gebiedende wijs-vormen voor 'imitar'.
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van imitar is regelmatig: imitaría, imitarías, imitaría, imitaríamos, imitaríais, imitarían.
Preterite
Imitar is regelmatig in de voltooid verleden tijd: imité, imitaste, imitó, imitamos, imitasteis, imitaron.
Imperfect
De imperfectum van imitar is regelmatig: imitaba, imitabas, imitaba, imitábamos, imitabais, imitaban.
Present
Imitar is regelmatig in de tegenwoordige tijd: imito, imitas, imita, imitamos, imitáis, imitan.
Future
De toekomende tijd van imitar is regelmatig: imitaré, imitarás, imitará, imitaremos, imitaréis, imitarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng imitar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'imitar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent imitar in het Spaans?
imitar betekent "nabootsen".
Is imitar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
imitar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je imitar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van imitar is: yo imito, tú imitas, él/ella/usted imita, nosotros imitamos, vosotros imitáis, ellos/ellas/ustedes imitan.
Hoe vervoeg je imitar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van imitar is: yo imité, tú imitaste, él/ella/usted imitó, nosotros imitamos, vosotros imitasteis, ellos/ellas/ustedes imitaron.
