incomodarVervoeging
incomodar means lastigvallen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecto conjunctief ('incomodara', 'incomodaras', etc.) wordt gebruikt voor hypothetische situaties, wensen uit het verleden of beleefdheid.
Present Subjunctive
De presente conjunctief ('incomode', 'incomodes', etc.) volgt uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie en onpersoonlijke uitspraken.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no incomodes' (jij), 'no incomode' (u), 'no incomodemos' (wij), 'no incomoden' (jullie/u allen), 'no incomodéis' (jullie - Spanje) voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik 'incomoda' (jij), 'incomode' (u), 'incomodemos' (wij), 'incomoden' (jullie/u allen), 'incomodad' (jullie - Spanje) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van incomodar is regelmatig: incomodaría, incomodarías, incomodaría, incomodaríamos, incomodaríais, incomodarían.
Preterite
De pretérito van incomodar is regelmatig: incomodé, incomodaste, incomodó, incomodamos, incomodasteis, incomodaron.
Imperfect
De imperfecto van incomodar is regelmatig: incomodaba, incomodabas, incomodaba, incomodábamos, incomodabais, incomodaban.
Present
De presente tijd van incomodar is regelmatig: incomodo, incomodas, incomoda, incomodamos, incomodáis, incomodan.
Future
De toekomende tijd van incomodar is regelmatig: incomodaré, incomodarás, incomodará, incomodaremos, incomodaréis, incomodarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng incomodar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'incomodar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent incomodar in het Spaans?
incomodar betekent "lastigvallen".
Is incomodar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
incomodar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je incomodar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van incomodar is: yo incomodo, tú incomodas, él/ella/usted incomoda, nosotros incomodamos, vosotros incomodáis, ellos/ellas/ustedes incomodan.
Hoe vervoeg je incomodar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van incomodar is: yo incomodé, tú incomodaste, él/ella/usted incomodó, nosotros incomodamos, vosotros incomodasteis, ellos/ellas/ustedes incomodaron.
