Inklingo
Ontdekken:

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

Subjunctive

Imperfect Subjunctive

yoincrementara
incrementaras
él/ella/ustedincrementara
nosotrosincrementáramos
vosotrosincrementarais
ellos/ellas/ustedesincrementaran

De 'pretérito imperfecto de subjuntivo' van 'incrementar' drukt verleden hypothetische situaties of wensen uit: incrementara, incrementaras, incrementase, etc.

Present Subjunctive

yoincremente
incrementes
él/ella/ustedincremente
nosotrosincrementemos
vosotrosincrementéis
ellos/ellas/ustedesincrementen

De 'presente de subjuntivo' van 'incrementar' wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of invloed: incremente, incrementes, incrementemos, etc.

Imperative

Negative Imperative

no incrementes
ustedno incremente
nosotrosno incrementemos
vosotrosno incrementéis
ustedesno incrementen

Negatieve bevelen gebruiken 'no' plus de 'presente de subjuntivo': no incrementes (jij), no incremente (u), no incrementemos (wij), no incrementen (jullie/zij), no incrementéis (jullie - informeel).

Imperative

incrementa
ustedincremente
nosotrosincrementemos
vosotrosincrementad
ustedesincrementen

Het 'imperativo' van 'incrementar' geeft directe bevelen: incrementa (jij), incremente (u), incrementemos (wij), incrementen (jullie/zij), incrementad (jullie - informeel).

Indicative

Conditional

yoincrementaría
incrementarías
él/ella/ustedincrementaría
nosotrosincrementaríamos
vosotrosincrementaríais
ellos/ellas/ustedesincrementarían

De 'condicional simple' van 'incrementar' drukt hypothetische situaties uit ('zou verhogen'): incrementaría, incrementarías, incrementaría, etc.

Preterite

yoincrementé
incrementaste
él/ella/ustedincrementó
nosotrosincrementamos
vosotrosincrementasteis
ellos/ellas/ustedesincrementaron

De 'pretérito perfecto simple' (preterite) van 'incrementar' beschrijft voltooide acties in het verleden: incrementé, incrementaste, incrementó, incrementamos, incrementasteis, incrementaron.

Imperfect

yoincrementaba
incrementabas
él/ella/ustedincrementaba
nosotrosincrementábamos
vosotrosincrementabais
ellos/ellas/ustedesincrementaban

De 'pretérito imperfecto de indicativo' (imperfecto) van 'incrementar' beschrijft doorlopende of gebruikelijke acties in het verleden: incrementaba, incrementabas, incrementaba, incrementábamos, incrementabais, incrementaban.

Present

yoincremento
incrementas
él/ella/ustedincrementa
nosotrosincrementamos
vosotrosincrementáis
ellos/ellas/ustedesincrementan

De tegenwoordige tijd (presente indicativo) van 'incrementar' geeft huidige of gebruikelijke acties aan: incremento, incrementas, incrementa, incrementamos, incrementáis, incrementan.

Future

yoincrementaré
incrementarás
él/ella/ustedincrementará
nosotrosincrementaremos
vosotrosincrementaréis
ellos/ellas/ustedesincrementarán

De toekomstige tijd (futuro simple) van 'incrementar' drukt uit wat er zal gebeuren: incrementaré, incrementarás, incrementará, etc.

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng incrementar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'incrementar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.

Veelgestelde Vragen

Wat betekent incrementar in het Spaans?

incrementar betekent "verhogen".

Is incrementar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?

incrementar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.

Hoe vervoeg je incrementar in de tegenwoordige tijd?

De tegenwoordige tijd van incrementar is: yo incremento, tú incrementas, él/ella/usted incrementa, nosotros incrementamos, vosotros incrementáis, ellos/ellas/ustedes incrementan.

Hoe vervoeg je incrementar in de verleden tijd (preteritum)?

De verleden tijd van incrementar is: yo incrementé, tú incrementaste, él/ella/usted incrementó, nosotros incrementamos, vosotros incrementasteis, ellos/ellas/ustedes incrementaron.

Gratis afdrukbare referentie

incrementar vervoegingsspiekbrief

incrementar vervoegingsspiekbriefje — tegenwoordige tijd, verleden tijd, onvoltooid verleden tijd, toekomende tijd en voorwaardelijke wijs