incurrirVervoeging
incurrir betekent vervallen in.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'incurrir' (incurriera/incurriese) wordt gebruikt voor hypothetische situaties uit het verleden of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van 'incurrir' (incurra) drukt wensen, twijfels of emoties uit over huidige of toekomstige mogelijkheden.
Imperative
Negative Imperative
Ontkennende bevelen voor 'incurrir' gebruiken de tegenwoordige conjunctief: no incurras (jij), no incurra (u), no incurramos (wij), no incurran (jullie), no incurráis (jullie/informeel).
Imperative
Gebruik de imperatief van 'incurrir' voor directe bevelen: incurre (jij), incurra (u), incurramos (wij), incurran (jullie), incurrid (jullie/informeel).
Indicative
Conditional
De conditioneel van 'incurrir' (incurriría) drukt hypothetische uitkomsten, beleefde verzoeken of toekomst-in-het-verleden uit.
Preterite
De preteritum van 'incurrir' is regelmatig: incurrí, incurriste, incurrió, incurrimos, incurristeis, incurrieron.
Imperfect
De imperfectum van 'incurrir' (incurría) beschrijft gebruikelijke of doorlopende acties in het verleden van het ergens in vervallen.
Present
De tegenwoordige indicatief van 'incurrir' (incurro) betekent iets gewoonlijk of nu aangaan.
Future
De toekomende tijd van 'incurrir' (incurriré) voorspelt of speculeert over het aangaan van iets.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng incurrir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'incurrir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent incurrir in het Spaans?
incurrir betekent "vervallen in".
Is incurrir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
incurrir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je incurrir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van incurrir is: yo incurro, tú incurres, él/ella/usted incurre, nosotros incurrimos, vosotros incurrís, ellos/ellas/ustedes incurren.
Hoe vervoeg je incurrir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van incurrir is: yo incurrí, tú incurriste, él/ella/usted incurrió, nosotros incurrimos, vosotros incurristeis, ellos/ellas/ustedes incurrieron.
