indicarVervoeging
indicar betekent aangeven.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Future
De toekomende tijd van 'indicar' is regelmatig: indicaré, indicarás, indicará, indicaremos, indicaréis, indicarán.
Conditional
De conditionele wijs van 'indicar' is regelmatig: indicaría, indicarías, indicaría, indicaríamos, indicaríais, indicarían.
Present
De tegenwoordige tijd van 'indicar' is volledig regelmatig: indico, indicas, indica, indicamos, indicáis, indican.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'indicar' is regelmatig: indicaba, indicabas, indicaba, indicábamos, indicabais, indicaban.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'indicar' heeft een spellingverandering in de eerste persoon: indiqué, indicaste, indicó, indicamos, indicasteis, indicaron.
Imperative
Imperative
De gebiedende wijs van 'indicar' bevat spellingveranderingen voor formele commando's: indica, indique, indiquemos, indicad, indiquen.
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs van 'indicar' gebruikt 'qu' in alle vormen: no indiques, no indique, no indiquemos, no indiquéis, no indiquen.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van 'indicar' gebruikt een 'qu'-spelling in alle vormen: indique, indiques, indique, indiquemos, indiquéis, indiquen.
Imperfect Subjunctive
De onvoltooid verleden conjunctief van 'indicar' is regelmatig: indicara, indicaras, indicara, indicáramos, indicarais, indicaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng indicar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'indicar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent indicar in het Spaans?
indicar betekent "aangeven".
Is indicar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
indicar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je indicar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van indicar is: yo indico, tú indicas, él/ella/usted indica, nosotros indicamos, vosotros indicáis, ellos/ellas/ustedes indican.
Hoe vervoeg je indicar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van indicar is: yo indiqué, tú indicaste, él/ella/usted indicó, nosotros indicamos, vosotros indicasteis, ellos/ellas/ustedes indicaron.
