insinuarVervoeging
insinuar means hinten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van insinuar is regelmatig: insinuara, insinuaras, insinuara, insinuáramos, insinuarais, insinuaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van insinuar volgt de 'u-naar-ú'-verandering: insinúe, insinúes, insinúe, insinuemos, insinuéis, insinúen.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs gebruikt de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no insinúes (tú), no insinúe (usted), no insinuéis (vosotros).
Imperative
Gebruik insinúa (tú), insinúe (usted), en insinuad (vosotros) om iemand te vertellen een hint te geven.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van insinuar is regelmatig: insinuaría, insinuarías, insinuaría, insinuaríamos, insinuaríais, insinuarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van insinuar is regelmatig: insinué, insinuaste, insinuó, insinuamos, insinuasteis, insinuaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van insinuar is regelmatig: insinuaba, insinuabas, insinuaba, insinuábamos, insinuabais, insinuaban.
Present
De tegenwoordige tijd van insinuar vereist een accent op de 'u' (insinúo, insinúas) in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
De toekomende tijd van insinuar is regelmatig: insinuaré, insinuarás, insinuará, insinuaremos, insinuaréis, insinuarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng insinuar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'insinuar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent insinuar in het Spaans?
insinuar betekent "hinten".
Is insinuar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
insinuar is een regular with accent change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je insinuar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van insinuar is: yo insinúo, tú insinúas, él/ella/usted insinúa, nosotros insinuamos, vosotros insinuáis, ellos/ellas/ustedes insinúan.
Hoe vervoeg je insinuar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van insinuar is: yo insinué, tú insinuaste, él/ella/usted insinuó, nosotros insinuamos, vosotros insinuasteis, ellos/ellas/ustedes insinuaron.
