insistirVervoeging
insistir betekent aandringen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van 'insistir' gebruikt -a uitgangen: insista, insistas, insista, insistamos, insistáis, insistan.
Imperfect Subjunctive
De verleden aanvoegende wijs van 'insistir' is insistiera, insistieras, insistiera, insistiéramos, insistierais, insistieran.
Imperative
Imperative
Het bevestigende gebiedende wijs van 'insistir' gebruikt 'insiste' (jij), 'insista' (u), en 'insistid' (jullie).
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van 'insistir' gebruikt 'no' plus de vormen van de tegenwoordige aanvoegende wijs.
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van 'insistir' is regelmatig: insisto, insistes, insiste, insistimos, insistís, insisten.
Preterite
Het verleden tijd (preteritum) van 'insistir' volgt het regelmatige -ir patroon: insistí, insististe, insistió, insistimos, insististeis, insistieron.
Future
De toekomende tijd van 'insistir' is regelmatig: voeg -é, -ás, -á, -emos, -éis, -án toe aan de infinitief.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van 'insistir' gebruikt standaard -ía uitgangen: insistía, insistías, insistía, insistíamos, insistíais, insistían.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'insistir' wordt gevormd door -ía uitgangen toe te voegen aan de infinitief: insistiría, insistirías, etc.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng insistir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'insistir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent insistir in het Spaans?
insistir betekent "aandringen".
Is insistir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
insistir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je insistir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van insistir is: yo insisto, tú insistes, él/ella/usted insiste, nosotros insistimos, vosotros insistís, ellos/ellas/ustedes insisten.
Hoe vervoeg je insistir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van insistir is: yo insistí, tú insististe, él/ella/usted insistió, nosotros insistimos, vosotros insististeis, ellos/ellas/ustedes insistieron.
